Juridische uitleg

Lange tijd is onduidelijk gebleven of RIR-protocollen in Nederland toegestaan zijn. De RIR-protocollen zijn opgesteld na minimaal 9 validatiemetingen, verdeeld over Nederland, door verschillende saneerders.

Bij de Validaties zijn op basis het type toepassing en op basis van een onderscheid tussen complexe en niet-complexe handelingen de saneringshandelingen bemeten conform art. 4.2 lid 4 Arbobesluit gebruikmakend van de BOHS/NVVA richtlijnen en (delen) van de SCi-548. Overstijgend aan deze richtlijnen bemeet RIR ook andere parameters zodat de protocollen ook al geschikt zijn voor het nieuwe RGI kwalificatiesysteem en het gestelde in het rapport TNO 2019 R11239; “Aanknopingspunten voor  differentiatie in risico’s van werkzaamheden met asbest ten behoeve van beheersregimes”;  5 september 2019. De Validatiemethode van RIR is verwoord in het PIP document van RIR.

Diverse organisaties en hebben zich het afgelopen jaar gebogen over de vraag of RIR-protocollen in Nederland toegestaan zijn. De eindconclusie is dat de protocollen net zoals de SMA-rt geen, genormaliseerde meetmethode is maar wel voor het doel geschikte kwantitatieve evaluatiemethode. (art. 4.2 lid 4 Arbobesluit). Beide systemen zijn toegstaan.

Die organisaties die het afgelopen jaar zich gebogen hebben over (onderdelen) van het RIR-protocollen systeem zijn:

  • De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB): Rapport STAB-40745; Hoofdstuk 6; 03-06-2019.
  • Sichting Hobéon: Rapport Br136234-PE; 29-01-2019
  • Bezwaarschriftencommissie Ascert: rapport BCA 19004; 16-04-2019
  • TNO Innovation for life: rapport 08102019 0842; 08-10-2019

Een volledige juridische uitleg kunt u hier vinden.